Factcheck: ‘Steeds meer Europese jongeren roken’

Factcheck: ‘Steeds meer Europese jongeren roken’

23 juni 2017 0 Door admin

‘Steeds meer jongeren roken in Europa’, kopt NU.nl op 30 mei. Volgens het artikel zijn er steeds meer Europese jongeren tussen de 15 en 24 jaar die regelmatig roken. Van 25 procent in 2014 naar 29 procent in 2016. Dat is opvallend, omdat het totale aantal rokers in de EU al een aantal jaar gelijk blijft. Maar klopt dit wel?

De cijfers komen van een onlangs gepubliceerd onderzoek van de Europese Commissie. Tweejaarlijks wordt het tabaksgebruik in de Europese Unie gemeten. De cijfers zijn inderdaad in het onderzoek terug te vinden. “De enige significante toename in de sociaal-demografische groepen is gemeten in de respondenten tussen de 15 en 24 jaar”. Het gaat om een toename van vier procentpunt (van 25 naar 29 procent), terwijl de rest gelijk blijft. “Maar dit cijfer maskeert op EU-niveau een aantal veranderingen op landelijk niveau.” Aldus de onderzoekers. Die 29% lijkt dus een generalisatie van landelijke cijfers.

Verschillen Europese en landelijke cijfers

Dit wordt verder niet toegelicht, maar er is een duidelijk bezwaar tegen een algemeen percentage voor alle rokende jongeren in de EU. De cijfers verschillen namelijk nogal per land. In Zuid-Europa zijn de percentages aanzienlijk hoger dan in het noorden. Meer dan 30% van alle respondenten in Griekenland, Bulgarije, Frankrijk en Kroatië rookt, terwijl dat in Zweden maar 7% is, en in het Verenigd Koninkrijk 17%. Percentages van jongeren die roken worden niet gegeven, maar het is aannemelijk dat deze in Noord-Europa lager liggen dan het gemiddelde van 29%. De zuidelijke landen drijven de cijfers dus omhoog.

Bron: Special Eurobarometer 458, Europese Commissie

Ook kunnen er grote verschillen bestaan tussen Europese en landelijke onderzoeken. In een onderzoek uit 2010 bleek dat de Europese cijfers voor Slowakije maar liefst 13% afweken, en die van het Verenigd Koninkrijk 10%. Het gemiddelde week maar 0,37 procentpunt af van de landelijke percentages. Voor de gemiddelde percentages maakt het in dit geval dus niet veel uit. Er is geen vergelijking met de recentere onderzoeken, dus het is moeilijk te zeggen of dit hier een rol speelt. Wellicht heeft het te maken met het feit dat het Europese onderzoek maar 1.000 respondenten per land neemt, terwijl de landelijke er meestal 3.000 gebruiken.

Gelijk gebleven

In het onderzoek van de Europese Commissie staat vervolgens dat de gemeten toename een vergelijkbare afname opvolgt, gemeten in het onderzoek van 2014. Ook die was destijds 4%. Dat betekent dus dat het aantal jonge rokers (15-24 jaar) tussen 2012 en 2016 onveranderd is gebleven. Het kan dus zijn dat we hier enkel met een schommeling te maken hebben.

Nuance

Uit het onderzoek blijkt ook dat jonge rokers minder vaak dagelijks een sigaret opsteken dan dan oudere leeftijdsgroepen (83% en respectievelijk 91-92%), al is dat alsnog een hoog percentage. Jongeren zijn veel vaker een gelegenheidsroker (16% vs. 4-8%). Tot slot nog een kleine, maar niet onbelangrijke nuance: Europa is niet hetzelfde als de Europese Unie. Het onderzoek van de Europese Commissie zegt dus niets over landen die niet in de Unie zitten, en er kan dus geen uitspraak worden gedaan voor heel Europa.

WHO

Vergelijking met andere onderzoeken is lastig, omdat het onderzoek van de Europese Commissie erg specifieke leeftijdsgroepen gebruikt. De totale percentages verschillen niet veel. Volgens de World Health Organization rookte in 2015 27,2% van de bevolking van de lidstaten boven de 15 jaar. Het onderzoek van de Europese Commissie komt uit op 26%, maar rond af op hele procenten. We begeven ons wel op glad ijs, want de cijfers van de WHO gaan enkel over 2015, waarbij het andere onderzoek 2015 en 2016 samenpakt. Het EC-onderzoek geeft wel aan dat de gemiddelde cijfers al jaren stabiel zijn.

Net als bij de landelijke onderzoeken zit er tussen het onderzoek van de WHO en de EC veel verschil in de cijfers van de lidstaten. Gemiddeld gaat het om een verschil van 3,3%, maar er zitten een aantal opvallende uitschieters tussen, waaronder Zweden (14%), Estland (9%) en Frankrijk (8%). Zelfs al komt de periode niet geheel overeen, noemenswaardig is het wel.

Eindoordeel: cijfers kloppen, context mist

Met de uitspraak dat steeds meer jongeren in Europa tussen de 15 en 24 jaar meer is op zich weinig mis. Het aantal jongeren in de EU tussen de 15 en 24 jaar dat regelmatig rookt is volgens het onderzoek inderdaad toegenomen met 4%. En dat is zorgelijk, want de meeste respondenten geven aan tussen de 15 en 18 jaar te zijn begonnen met roken. Maar het percentage wordt vertekend door de grote verschillen tussen Noord- en Zuid-Europese landen: het zuiden brengt het gemiddelde omhoog. Ook roken de jongere respondenten minder sigaretten dan de oudere leeftijdsgroepen. Over de betrouwbaarheid van de data is ook iets op te merken: verschillende onderzoeken geven af en toe sterk uiteenlopende cijfers. Maar misschien wel het meest opvallend: het percentage is de afgelopen twee jaar wel gestegen, maar over een periode van vier jaar is het aantal jonge rokers hetzelfde gebleven.